|
Diksmuide
Diksmuide heeft heel wat meer te bieden dan bouwmaterialen Vinckier alleen. Op deze pagina geven we u een beknopt
overzicht wat er in Diksmuide en omstreken te bezichtigen is. We wensen u na uw bezoek in onze ruime toonzaal alvast
nog een aangenaam verblijf in Diksmuide.
|
|
|
|
|
|
Diksmuide: centraal gelegen
Diksmuide is door zijn centrale ligging belangrijk voor de Westhoek. Diksmuide beschikt hierdoor dan ook over een
vlotte bereikbaarheid.
Met de wagen is Diksmuide bereikbaar vanuit het noord van West-Vlaanderen via de E40 en de A18. Komt u vanuit
het zuiden, dan bereikt u Dismuide via de A19 (Kortrijk-Ieper) en de N369. Vanaf de kust en vanuit het binnenland
is de N35 de toegangsweg tot Diksmuide.
Om het uur zijn er rechtstreekse treinverbindingen in de richting van de kust of Brussel, zelfs tot in de
nationale luchthaven. Het station is op wandelafstand gelegen van de Grote Markt in Diksmuide. Bouwmaterialen
Vinckier ligt op 800 meter van het station!
Meer info over het treinverkeer vindt u terug op de website
www.nmbs.be.
De Lijn verzorgt negen verschillende busverbindingen met de gemeenten in de regio van Diksmuide. In Diksmuide
kunt u zich eveneens gemakkelijk met de bus verplaatsen. Wilt u naar een kleinere deelgemeente, maak dan gebruik
van de belbus.
Meer info over het busvervoer vindt u terug op website
www.delijn.be.
Ook via de lucht is Diksmuide bereikbaar. Diksmuide beschikt immers over een helihaven waar u gebruik kunt
maken van de helicopter taxidiensten of van helicopter bedrijfsvluchten.
Helipromotions verzorgt de
helihaven in Diksmuide.
top
|
|
Nuttige links:


|
|
|
|
In Diksmuide is er heel wat te zien
Ons overzicht van Diksmuide beginnen we natuurlijk op de Grote Markt van Diksmuide. Diksmuide heeft de tweede
grootste markt van België.
Twee standbeelden vindt u terug op de Grote Markt. Generaal Baron Jacques was in 1914 bevelhebber van de
Belgische troepen in Diksmuide. Generaal Baron Jules Jacques de Dixmude is niet allen militaire ‘held’ van de
Eerste Wereldoorlog maar vooral van de campagnes tegen de slavenhandelaars in het oosten van Congo in de jaren 1890.
Diksmuide heeft eveneens een straat naar hem genoemd.
Het bladgouden ‘Manneke uit de Mane’ is het symbool van de West-Vlaamse humor en vindt zijn oorsprong in de
legende van Jantje die op de maan terecht kwam omdat hij hout sprokkelde op Kerstdag. ’t Manneke uit de Mane werd
in 1880 in het leven geroepen en is ondertussen de volksalmanak voor Vlaanderen. In 1964 onstond de Ridderorde
van ’t Manneke uit de Mane. Jaarlijks worden enkele verdienstelijke West-Vlamingen in deze orde opgenomen. Dit
gebeurde voor het eerst in 1965. Aanvankelijk vond de jaarlijkse ridderzitting plaats in Lo. Door het groeiend
succes moest men uitwijken naar Diksmuide. Daar heeft ’t Manneke zijn vaste stek gevonden en kreeg er op de
Grote Markt van Diksmuide zijn standbeeld. Er kwam een lentezitting bij, afwisselend in de ene of andere
West-Vlaamse gemeente. De lijst van de opgenomen ridders is ondertussen indrukwekkend lang geworden.
Het stadhuis werd in de loop der eeuwen herhaaldelijk verbouwd en uitgebreid. In 1875 viel het stadhuis van
Diksmuide ten prooi aan de slopershamer. De twee zijgebouwen bleven behouden: rechts het gevangenisgedeelte uit 1634
met trapgevel en links een barokgevel uit 1730. Tussen deze twee bestaande vleugels kwam er een gloednieuw raadhuis
in een rijzige neo-hooggotiek, met een imposant belfort. In 1914 vestigde kolonel Jacques zijn hoofdkwartier in het
stadhuis. Het gebouw werd herhaaldelijk getroffen door Duitse obussen. Het stadhuis kreeg na de bezetting van
Diksmuide de genadeslag, toegebracht door geallieerd geschut. In het raam van de wederopbouw, ontwierp architect
V. Vaerwyck in samenwerking met J. Viérin uit Brugge een stadhuis in een mengsel van neogotiek en
neorenaissance. Muurankers vormen in de voorgevel tweemaal het jaartal 1923. De wapenschilden van Diksmuide en
West-Vlaanderen ziet u boven de deur. Deze wapenschilden worden geflankeerd door twee beelden die de landbouw en de
nijverheid voorstellen. De beiaard van het stadhuis hing tot 1914 in de Sint-Niklaaskerk. Pas na de wederopbouw werd
de beiaard met 30 klokken opgehangen in de beiaardtoren.
De Sint-Niklaaskerk is de kerk in het stadscentrum van Diksmuide. De gotische kerk bevindt zich achter het
stadhuis, vlakbij de grote markt. De Sint-Niklaaskerk werd verwoest tijdens Eerste Wereldoorlog. Het originele en
waardevolle kerkmeubilair ging mee verloren tijdens het oorlogsgeweld. De Eerste Wereldoorlog liet slechts een
vormeloze hoop oorlogspuin over, met twee overeindgebleven traveeën die nog een lege spitsboog bevatten. Na de
oorlog werd ze heropgebouwd naar een plan van de 14e-eeuwse vroeggotische versie. Ook aan de 18e-eeuwse torenspits
werd de oorspronkelijke vorm teruggegeven. In mei 1940 kreeg de kerk door brand opnieuw een verwoesting. Het huidig
gebouw vormt het resultaat van de restauratie in 1945 uitgevoerd. De Sint-Niklaaskerk bezit door de verschillende
verwoestingen een sober, doch rijk interieur met recente werken die de oude in vorm en stijl respecteren.
Het stadspark bevindt zich tussen het station en de tuinwijk. Boven op de helling treft men een monument uit
1963 aan. Dit monument werd opgericht ter huldiging van de Franse Admiraal Ronarc'h die in 1914 met zijn
Marinefuseliers Diksmuide verdedigde. Een fontein en de recente openbare verlichting maken het stadspark tot een oase
van rust in de stad.
Het pittoreske begijnhof van Diksmuide bestaat sinds de 13e eeuw. Het begijnhof is één van de drie
begijnhoven in West-Vlaanderen naast Brugge en Kortrijk. Het begijnhof kwam bij de aanleg van de versterkingen rond
Diksmuide binnen de omwalling te liggen. De begijntjes verdienden hu kost met het wassen, bleken en bewerken van
wol, laken en linnen, dat dankzij de nabij gelegen Handzamevaart. Andere activiteiten van de begijntjes waren het
verzorgen van zieken en kantklossen. Tijdens het Franse bewind werd een deel ingericht tot gendarmekazerne. Tijdens
de Eerste Wereldoorlog ging ook het begijnhof ten onder aan het oorlogsgeweld. De oorspronkelijke bewoners verdwenen
voorgoed uit het stadsbeeld. Het domein werd heropgebouwd in de oorspronkelijke stijl. Het begijnhof kreeg een
sociale rol, eerst als rusthuis en sinds 1990 wonen er volwassen personen met een verstandelijke handicap.
Water is altijd een belangrijk element geweest in het stedelijke landschap van Diksmuide. Diksmuide ontwikkelde
zich oorspronkelijk vooral nabij de Stadsvaart of Handzamevaart. Deze vaart had een dubbele rol: de stad van water
voorzien ten behoeve van de inwoners, handel en industrie en de bevoorrading van de stadsgrachten. Tot het begin
van de 18de eeuw was Diksmuide een omwalde stad, eerder palend aan de Handzamevaart dan aan de IJzer. Het drukke
havenkwartier, met tal van schipperscafés en afspanningen, zoals ‘Den Papegaei’, met de bijhorende magazijnruimtes,
was vooral gelegen ter hoogte van de Kleine en Grote Dijk. Sporen hiervan zijn nu nog te vinden in de
kaaimuur met aanmeerringen en de laad- en lostrappen.
Op wandelafstand van het begijnhof vindt u de vismarkt. De vismarkt is ook een typisch hoekje van de stad.
Op de vismarkt vindt u de visvrouw “Jette” (Juliette Dekeyrel 1892-1973). De visvrouw is een bronzen herinnering en
een eerbetoon aan de Diksmuidse vishandel.
Als Diksmuide met één iets vereenzelvigd wordt, dan is het wel de 84 meter hoge ijzertoren. De ijzertoren
is een 84 meter hoge toren bij de rivier de Ijzer. Op de IJzertoren staan in kruisvorm de letters AVV VVK
wat staat voor Alles Voor Vlaanderen, Vlaanderen Voor Kristus. Nooit meer oorlog staat ook op de toren vermeld
in de vier talen van de strijdende partijen aan het westelijk front tijdens de Eerste Wereldoorlog: Plus jamais
de guerre, No more War, Nie wieder Krieg.
De oorspronkelijke toren is het doelwit geweest van een dynamiet-aanslag, waardoor hij volledig verwoest werd in
de nacht van 15 op 16 maart 1946. Op enkele meters daarvan werd enkele jaren later een nieuwe en veel
hogere toren gebouwd. In 1950 werd met de resten van de opgeblazen toren de Paxpoort of Poort van Vrede op het
voorterrein gebouwd. De ruïne van de oude toren wordt zorgvuldig bewaard. In 1997 werd het volledig gerestaureerd
samen met de crypte waarin gekende gesneuvelde soldaten hun laatste rustplaats kregen.
In 1986 is de IJzertoren door de Vlaamse overheid erkend als Memoriaal van de Vlaamse ontvoogding en wordt algemeen
beschouwd als een symbool van verzet tegen de onderdrukking van Vlaanderen.
In de IJzertoren bevindt zich een museum over Oorlog, Vrede en Vlaamse ontvoogding dat sinds 1998 deel uitmaakt van
het vredesmusea-netwerk van de Verenigde Naties.
Vlakbij de ijzertoren is de goed uitgebouwde jachthaven gelegen. Er is kano- en kajaverhuur maar ook
ander buitensportmogelijkheden komen aan bod. Zo kunt u een eigen vlot bouwen waarmee kan gevaren worden.
Dit kan op de IJzer en langs de zijkanalen kan men de hele Westhoek verkennen.
Houdt u liever van de natuur, dan is het domein rond de vijver “De Blankaart” in Woumen een aanrader. Het
domein is ontstaan door winning van veen. Ondertussen is het een schuil-, jaag-, overwinterings- en broedplaats voor
zeldzame vogels. Dit erkend natuurgebied met zijn kasteelpark werd in de vorige eeuw aangelegd.
Een wandeling door het park of de nabijgelegen IJzerbroeken is een leerrijke en verademende ervaring! Wandelingen
onder leiding van een gids zijn ook mogelijk.
De dodengang is een smalle strook grond langs de IJzer. De dodengang heeft voor het Ministerie van
Landsverdediging een heel speciale betekenis. Het laatst bewaarde stuk van het Belgische front uit de Eerste
Wereldoorlog ligt hier immers. Dit patrimonium moet aan de jonge generaties de boodschap “herdenken is aan
vrede werken” meegeven.
De dodengang is ook een plaats van menselijk lijden. Duizenden soldaten hebben in dit drassige land een
loopgravenoorlog uitgevochten, een verschrikkelijke uitputtingsoorlog waar geen einde aan leek te komen. Een te
groot aantal hebben er hun leven verloren om onze vrijheden te verdedigen.
top
|
|
Nuttige links:
|
|
|
|
Vladslo
In Vladslo vindt u het duits militair kerkhof. Dit duits militair kerkhof is bekend omwille van zijn standbeeld
"het treurende echtpaar" van Käthe Kollwitz. Dit is één van de vier duitse soldatenkerkhoven in West-Vlaanderen.
Hier liggen 25638 duitse soldaten uit de eerste wereldoorlog begraven.
Käthe Kollwitz was de moeder van een van de duitse soldaten die in de buurt van Diksmuide sneuvelden. De zoon van Käthe
Kollwitz zoon was nog geen 18 jaar toen hij sneuvelde. Zijn graf bevindt zich vlak voor zijn treurende vader met het
nummer 3/29.
top
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|